Bijna 70% van de gebruikers van pure cafeïnesupplementen ervaart klachten zoals trillen, hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid. Een kwart van hen geeft aan hiervoor ooit naar een arts te zijn gegaan. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onder sporters die wekelijks fitnessen.
Uit signalen van onder meer het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) en Bijwerkingencentrum Lareb blijkt, volgens de NVWA, dat gebruikers van pure cafeïnesupplementen regelmatig gezondheidsklachten ervaren.
Om hier beter zicht op te hebben en voorlichting te kunnen geven over deze supplementen, deed de NVWA onderzoek onder 851 personen van 16 tot en met 65 jaar die minstens eenmaal per week aan fitness doen.
Ongeveer 1 op 5 deelnemers gebruikte in de maand voorafgaand aan het onderzoek pure cafeïnesupplementen, zoals pillen, poeder, shots of sprays. Deze producten werden vaker gebruikt door personen die naast fitness ook andere sporten beoefenen.
Van de gebruikers gaf, concludeert de NVWA, bijna 7 op de 10 aan klachten te hebben gehad die zij zelf koppelen aan de inname van cafeïne. Een kwart van hen gaf aan een arts te hebben geraadpleegd met klachten die zij zelf in verband brengen met cafeïnegebruik.
Europees maximum
Voor cafeïne in supplementen is geen wettelijke maximum hoeveelheid vastgesteld. Volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) is voor gezonde volwassenen een inname van maximaal 200 milligram cafeïne per keer en maximaal 400 milligram per dag veilig. Een hogere inname kan leiden tot gezondheidsklachten, zoals een verhoogde bloeddruk, hoofdpijn en rusteloosheid.
Met sommige doseringen die worden aangegeven op het etiket, kan een gebruiker wel tot 1000 milligram cafeïne per dag binnenkrijgen. Door het combineren van deze supplementen met bijvoorbeeld koffie, energiedrank, thee of cola kan de totale cafeïne-inname ver boven de veilige grens komen.
Voorlichting
De NVWA onderzocht ook of voorlichting het gebruik beïnvloedt. Hiervoor kreeg een deel van de deelnemers een link naar een informatiepagina over cafeïnegebruik. Slechts een klein deel van de deelnemers bekeek deze pagina.
De voorlichting leidde niet tot minder gebruik of meer kennis, maar de gebruikers die de pagina bezochten gingen wel vaker hun cafeïne-inname bijhouden, etiketten lezen en informatie opzoeken over veilige hoeveelheden.
Zij gaven daarna aan mogelijke klachten te ervaren door de inname van cafeïne, concludeert de NVWA, die benadrukt dat consumenten moeten weten wat zij kopen, niet worden misleid en geen onveilige producten gebruiken. De NVWA houdt daar toezicht op.