Metformine en GLP1-agonisten te overwegen bij kinderen met obesitas

Opties

Metformine en GLP-1-agonisten zijn als aanvulling op leefstijlinterventies te overwegen bij bepaalde kinderen met obesitas. Metformine leidt mogelijk tot een lagere BMI en GLP-1-agonisten verlagen waarschijnlijk de systolische bloeddruk. 

Medicatie wordt steeds vaker ingezet als onderdeel van de behandeling. Behandelaren kunnen metformine en GLP-1-agonisten overwegen bij sommige kinderen vanaf 6 jaar met obesitas na een individuele risico-batenafweging. Het gaat om patiënten bij wie leefstijlinterventies onvoldoende effect hebben om een ernstig of extreem gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico te verlagen.        

Artsen zouden regelmatig moeten monitoren of dosisaanpassing of voortzetting van de behandeling nodig is. Kinderen moeten onder meer stoppen als er na drie maanden geen klinisch relevante BMI-daling is of juist een toename van BMI. Ook moeten behandelaren de behandeling staken als na drie tot zes maanden vooraf vastgestelde behandeldoelen niet zijn bereikt, zoals verlaging van de systolische bloeddruk of verbetering van de glucosecontrole. Daarnaast wordt geadviseerd te stoppen bij aanhoudende bijwerkingen ondanks dosisaanpassing en bij voedingsdeficiënties.

De prevalentie van obesitas bij kinderen in Nederland is 3 tot 4%. Obesitas leidt tot lichamelijke en mentale klachten, een hoge morbiditeit door complicaties en een verminderde levensverwachting. De basis van de behandeling is gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). GLI leidt gemiddeld tot een BMI-daling van 5%, wat vaak onvoldoende is om het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico te verminderen.

Pagina laatst bijgewerkt op 23 september 2026