Meer vrouwen dan mannen ervaren slechtere gezondheid

Opties

Vorig jaar vond 26% van de vrouwen dat hun gezondheid niet goed is, tegenover 21% van de mannen. Bijna de helft van de vrouwen heeft last van angst en depressie en ze hebben vaker onvrijwillig urineverlies. Ook bezoeken vrouwen regelmatiger huisarts, specialist en fysiotherapeut. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de vrouwen heeft 47% te maken met angst- of depressiegevoelens tegenover 36% van de mannen. Vrouwen hebben hiermee op alle leeftijden te maken, concludeert het CBS op basis van cijfers uit de GezondsenquĂȘte 2025.

Mannen en vrouwen tot 25 jaar zeggen dat hun gezondheid over het algemeen goed of zeer goed is. Op hogere leeftijd zijn er wel verschillen: van de vrouwen van 45 tot 65 jaar zegt 34% dat ze hun gezondheid niet goed vinden, tegenover 27% van hun mannelijke leeftijdsgenoten. Vooral 25- tot 45-jarige vrouwen hebben vaker een beperking door hun gezondheid: 29% van de vrouwen en 19% van de mannen.

Migraine

Verder geeft 18% van de vrouwen aan in de afgelopen twaalf maanden last te hebben gehad van migraine; voor mannen is dit 8%. En 10% van de vrouwen heeft onvrijwillig urineverlies, tegenover 3% van de mannen. 8% van de vrouwen meldt chronische gewrichtsontstekingen en 5% van de mannen. Verder heeft 6% van de vrouwen in de afgelopen twaalf maanden last gehad van een ernstige of hardnekkige darmstoornis, tegenover 3% van de mannen.

Sommige langdurige aandoeningen komen juist meer voor onder mannen, dat geldt met name voor hart- en vaatziekten. Zo heeft 4% van de mannen van 12 jaar en ouder ooit een hartinfarct gehad, tegen 2% van de vrouwen.

Huisarts

Dat vrouwen meer gezondheidsklachten hebben dan mannen is, volgens de onderzoekers, ook terug te zien in het grotere beroep dat ze doen op zorgverlening. 72% van de vrouwen heeft afgelopen twaalf maanden ten minste een keer contact gehad met de huisarts, tegenover 66% van de mannen. Vrouwen gaan ook vaker naar een specialist (45%, mannen 39%), fysiotherapeut (32%, mannen 25%), en psycholoog, psychiater of psychotherapeut (14%, mannen 9%).

Pagina laatst bijgewerkt op 16 maart 2026