De gynaecologische zorg kan duurzamer. Onderzoeker Eva Cohen is optimistisch na vier jaar interviewen en rekenen. Ook omdat patiënten zelf best willen nadenken over groenere opties, bijvoorbeeld bij anticonceptie. “Maar de impact van medicatie is moeilijk in kaart te brengen.”
Vraag haar naar de mogelijkheden van groenere zorg en Eva Cohen, inmiddels gynaecoloog in opleiding, gaat enthousiast van start. Ze dook vier jaar lang in de milieu-impact van verschillende vormen van gynaecologische zorg en ziet allerlei mogelijkheden om die zorg duurzamer te maken.
Toch wil ze vooraf iets benadrukken. “Patiënten verdienen allereerst de zorg en de middelen die ze nodig hebben. Pas daarna kunnen we kijken wat duurzamer kan. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat patiënten een schuldgevoel krijgen als ze bijvoorbeeld de anticonceptiepil slikken.”
Juist gebruik
Verspilling tegengaan is stap één volgens Cohen die haar onderzoek deed bij Amsterdam UMC. “Dat begint met de bekende drie zaken: goed voorschrijven, niet te veel meegeven en testen of het werkt. De apotheek weet daar alles van.
Een volgende stap is om van de middelen zelf uit te rekenen hoe vervuilend ze zijn. Maar de impact van medicatie is moeilijk in kaart te brengen. Je moet heel veel laten meewegen en we hebben niet altijd alle data.”
En als het lukt om van een middel precies de impact te berekenen? Cohen: “Dan kunnen de producenten daar natuurlijk wat mee, maar ook de verzekeraars. Die zouden klimaatimpact kunnen laten meewegen bij de vergoeding en de keuze van het preferente middel. Ook zouden we de impact kunnen toevoegen aan keuzehulpen voor de patiënt. Die kan een groenere optie laten meewegen in het gesprek met de arts.”
Pil of spiraal
Het onderzoek van Eva Cohen heeft ook aandacht voor materialen en verpakkingen. Zo maakte haar stagestudent Sasha Goté een vergelijking tussen de verpakkingen van de anticonceptiepil en alle materialen die nodig zijn bij het plaatsen van een hormoonspiraal door de huisarts.
“Uitgaande van acht jaar gebruik, het ideale geval”, vertelt Cohen. “Dan blijkt dat toch ook een spiraal een behoorlijke impact heeft. Alles komt in een grote doos. Er is een speculum nodig en ook een tang, instrumenten die je weer moet steriliseren. Maar een arts gebruikt soms ook deppers en meestal neemt een vrouw voorafgaand pijnmedicatie. Ook zou je de impact van verdoving tijdens het plaatsen kunnen meenemen. Want veel vrouwen geven aan dat dat pijnlijk is.”
Een nadere blik op verpakkingen van twee verschillende merken anticonceptiepillen leverde ook een interessant inzicht op. “Het formaat verschilde behoorlijk, bij één van de twee zaten er bijvoorbeeld grotere stukken aluminium rondom de tabletten. Dat gaat toch optellen. Ook dat soort verschillen doen ertoe, we zouden de fabrikanten, en ook weer de verzekeraars, kunnen stimuleren daarop te letten.”
Hormonen
Gynaecologie is een aparte tak van sport qua duurzaamheid. Een flink deel van de medicatie bevat synthetische hormonen. “Dan gaat het om anticonceptie, maar bijvoorbeeld ook om middelen bij hevig menstrueel bloedverlies of bij overgangsklachten. De hormonen komen in de urine, als werkzame stof of als metaboliet, de stof na omzetting door je lichaam.
De stoffen komen in het riool en onze rioolwaterzuivering is er niet op ingericht om de hormonen eruit te halen. Zo kunnen ze in het oppervlaktewater terechtkomen en ook in de bodem en het grondwater.”
Hormonen kunnen onder meer in het waterleven voor problemen zorgen. Cohen: “Ze zorgen bijvoorbeeld voor vervrouwelijking van de mannelijke vissen met negatieve gevolgen voor de voortplanting. Daar willen we meer over weten. Onze onderzoeksgroep doet nu in samenwerking met het RIVM een groot literatuuronderzoek naar de schadelijke invloed van anticonceptiemiddelen op het milieu.”
Overigens maakt de vorm van toediening uit, zegt de onderzoeker. “Bij pijnmedicatie weten we inmiddels dat topicale middelen, die dus rechtstreeks op de huid worden toegepast, schadelijker zijn dan orale middelen. Via de douche komen ze direct in het rioolwater.”
Keuzes door patiënten
Cohen vindt het goed nieuws dat patiënten gevoelig blijken voor groene keuzes. Haar vragenlijstonderzoek heeft laten zien dat de patiënt best wil kiezen. “We hebben patiënten in de wachtkamer van de afdeling gynaecologie gevraagd naar hun mening. Wat zouden ze doen als ze twee even effectieve opties krijgen aangeboden waarvan de ene duurzamer is dan de andere? Het blijkt dat patiënten zeker de duurzame variant willen overwegen. Vooral bij niet-acute zorg en niet-levensbedreigende zorg, zoals anticonceptie.”
Cohen ontdekte ook dat patiënten door de vragenlijst anders gingen denken over zorg en de klimaatimpact ervan. “Het was voor patiënten vaak een eyeopener. We hebben met een aantal van hen wat uitgebreider gesproken. Het bleek dat ze eerder eigenlijk nooit echt hadden nagedacht over de milieu-impact van behandelingen. En over hun eigen keuzes.”
| Zeven procent |
| Het is al best een bekend percentage, dat van zeven procent. De zorg draagt voor zeven procent bij aan de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland. Terwijl de zorg mensen beter maakt, maakt de zorg mensen via een omweg daardoor ook ziek. Eva Cohen voegt daaraan toe: ‘De zorg is verantwoordelijk voor vier procent van al het afval en veertien procent van alle materialen die in Nederland worden verbruikt.’ |
Door Margit Kranenburg, zorgjournalist