Botbreuken bij ouderen vragen om extra aandacht

Opties

Traumachirurg Detlef van der Velde zet graag de spotlights op zijn vakgebied: de Traumageriatrie. Zelf praat hij liever over “de zorg voor ouderen die wat breken”. Hij is blij dat apotheken hun rol pakken bij medicatiebewaking en valpreventie. “De rode draad is om proactief te zijn.”

Traumachirurg Detlef van der Velde ziet dagelijks de gevolgen van botbreuken bij ouderen die vallen. De top drie bestaat uit de heup, wervel en pols. Hij werkt bij het Centrum voor Traumageriatrie St. Antonius Ziekenhuis Utrecht en heeft een duidelijke missie: zijn patiëntenpopulatie verdient meer aandacht. “Ik vind dat we als samenleving meer moeten nadenken over Traumageriatrie”, zegt hij. “De vergrijzing dwingt ons daartoe en de piek van die vergrijzingsgolf moet nog komen. Over tien jaar verwachten we bijvoorbeeld jaarlijks zo’n 22.000 heupfracturen. Hoe gaan we daar dan mee om?”

Niet opereren 

De traumachirurg opereert vooral de gebroken heupen. Hij signaleert dat het leven van kwetsbare ouderen vaak compleet verandert door hun val en vaak ook het begin van het einde is. “Die ouderen wonen zelfstandig op het moment dat ze hun heup breken”, vertelt Van der Velde. “Ze zijn na de fractuur een aantal dagen bij ons in het ziekenhuis, maar dan start het nieuwe leven. Ze moeten revalideren en het is maar de vraag of ze nog alleen kunnen wonen.” Nadenken over de toekomst van de Traumageriatrie doen ze al volop in zijn ziekenhuis. Automatisch opereren is er niet meer bij. Want niet opereren na een gebroken heup kan ook een keuze zijn. “En een goede keuze bij kwetsbare ouderen”, vertelt Van der Velde. “We praten uitgebreid met de ouderen en de naasten over wat de opties zijn, wat die betekenen voor de kwaliteit van leven. Soms is niet opereren dan de passende zorg.”

 Valpreventie

Het aantal ouderen dat per ongeluk valt of struikelt en dan iets breekt neemt toe. Medicijngebruik verhoogt het risico op een val. Van der Velde weet dat bij een deel van zijn patiënten de invloed van medicatie meespeelde bij hun val. “Bloeddrukverlagers kunnen soms problemen geven. We weten dat mensen kunnen omvallen bij een te lage bloeddruk. Ook benzodiazepinen zijn berucht. Patiënten worden wat suffig, zien dat kleedje niet meer en vallen.” Als hij een gebroken heup heeft geopereerd zijn er korte tijd opnieuw risico’s met medicatie. “Patiënten hebben een paar weken pijnstillers nodig”, vertelt de chirurg. “Dan is het echt even kijken hoe het moet als iemand naar huis gaat. Dan zijn middelen die je wat suf maken natuurlijk een risico.” Veel apotheken geven advies voor valpreventie. Van der Velde is daar blij mee en benadrukt dat het risico om te vallen ook afhangt van iemands nachtelijke gewoontes. Ook na een operatie. “Als je vaak ’s nachts naar de wc moet is sterke morfine niet handig. Het is echt een samenspel tussen ziekenhuis, huisarts en apotheek. Hoe monitor je het als mensen thuis zijn? Kun je iets doen met thuismonitorsystemen of apps?”

Medicatiegebruik

Scherp zijn op medicatie hoort er hoe dan ook bij als patiënten op leeftijd zijn. “Wij zien vaak mensen binnenkomen die veel thuismedicatie gebruiken”, vertelt Van der Velde. “Ook middelen die elkaar bijten. De geriater speelt dan een rol bij het saneren, wat is nodig en wat is niet meer nodig. Maar het gebeurt soms dat we iemand na een half jaar terugzien voor iets anders en dan heeft de huisarts één voor één die middelen weer teruggegeven. Want de patiënt miste dat roze pilletje, bijvoorbeeld de plaspil, en dat krijgt-ie dan weer. Het idee ontstaat dat het ziekenhuis wat was vergeten en zo wordt de oude medicatie weer voorgeschreven. Dit gebeurt allemaal terwijl er een overdracht is geweest en brieven zijn geschreven. Er is gesaneerd met heel veel expertise en vervolgens zie je dat later alles weer terug is. We weten dit allemaal eigenlijk wel, er is onderzoek naar gedaan en over geschreven, maar het komt toch voor.”

Waakhondfunctie 

De belangrijkste vraag volgens Van der Velde is waar de verantwoordelijkheid ligt voor het controleren van alle medicatie en het risico op vallen. “Eigenlijk kun je de waakhondfunctie van de apotheek niet vaak genoeg benadrukken. Oudere patiënten gaan naar verschillende specialisten. Die schrijven van alles voor, maar kunnen missen wat een patiënt niet mag gebruiken of wat verschillende middelen tegelijk kunnen veroorzaken. Wij werken allemaal in onze eigen silo’s. Vaak komt het uiteindelijk samen bij de apotheek en de apothekersassistenten. De rode draad is dat de apotheek dan proactief is.”

Beter letten op osteoporose
Botontkalking kan sneller leiden tot botbreuken. Traumachirurg Detlef van der Velde wil daarom graag een lans breken voor betere detectie van osteoporose. “We screenen in Nederland maar een kwart van de mensen die daar recht op heeft”, stelt hij. “Als je vijftigplus bent en je breekt wat dan zouden we je moeten screenen. Het is niet duidelijk waarom dat niet altijd gebeurt. Soms vergeet het ziekenhuis het, soms wil de patiënt het niet. Daar moeten we toch beter op letten.” De therapietrouw bij medicatie tegen osteoporose kan volgens hem ook beter. “Als je zo’n middel maar één keer per week moet nemen, dan vergeet je dat sneller. Maar als je het een paar keer mist, dan neemt het effect snel af.”

Margit Kranenburg is zorgjournalist.

 

Door Margit Kranenburg

Pagina laatst bijgewerkt op 23 april 2026