Medicatie bij bedplassen kan helpen. Maar wat meer acceptatie dat sommige kinderen wat later ’s nachts zindelijk zijn, is welkom. Kinderuroloog Liesbeth de Wall ziet dagelijks kinderen die bedplassen, en weet dat het met verreweg de meesten van hen goedkomt
Waar het ene kind in een mum van tijd overdag en ’s nachts droog is, heeft een ander kind nog jaren ongelukjes en luiers in de nacht. Frustratie en schaamte liggen op de loer én angst voor het oordeel van anderen. Want over bedplassen en zindelijk worden circuleren allerlei meningen en overtuigingen.
Genetische component
Een gevoelig onderwerp dus. Daarom alleen al is het fijn dat kinderuroloog Liesbeth de Wall van het Radboudumc heel kalm praat over haar specialisme, met gevoel voor wat de kinderen die zij ziet dagelijks meemaken. De Wall draait een speciale plaspoeppoli. Ze heeft de laatste cijfers en inzichten paraat over enuresis nocturna, de officiële medische naam voor bedplassen. “Van de 7-jarigen plast 5 tot 10% nog in bed”, vertelt ze. “Waarom weten we niet altijd precies. Er lijkt een genetische component mee te spelen. Als je één ouder hebt die in de kinderleeftijd laat droog werd ‘s nachts, dan heb je als kind een kans van 44% dat dat ook bij jou gebeurt. Als beide ouders laat ’s nachts zindelijk werden dan loopt die kans op naar 77%. En dan is het ook nog zo dat het vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes.’
Hormoon
De Wall legt uit dat er een paar oorzaken zijn waardoor sommige kinderen wat langer last hebben van bedplassen. Een belangrijke oorzaak heeft te maken met het antidiuretisch hormoon (ADH). “Ons lichaam maakt ‘s nachts dat hormoon aan waardoor we kunnen blijven slapen en niet telkens naar de wc hoeven. Bij sommige kinderen blijft de aanmaak van dat hormoon achter.” Een andere oorzaak heeft te maken met een blaascapaciteit die bij sommige kinderen wat aan de kleine kant is. De Wall: “Als de inhoud van de blaas op je zevende bijvoorbeeld maar 100 tot 150 cc is dan is dat niet genoeg als je twaalf uur achter elkaar slaapt. Een krappe blaascapaciteit zorgt ook vaak voor veel plassen overdag en ongelukjes.”
En dan is er nog het signaal waarom je wakker wordt. “Dat kan bij kinderen met bedplassen wat anders zijn. Er wordt wel gezegd dat ze te diep slapen. Dat is niet per se zo, ze hebben een verminderde alertheid om wakker te worden van een signaal van buitenaf.”
Desmopressine
Bij bedplassen kan medicatie helpen. Het bekendste middel is desmopressine, een synthetische variant van het hormoon ADH, wat de urineproductie reguleert. Handig, maar geen wondermiddel volgens de kinderuroloog. “Uit mijn ervaring weet ik dat het middel bij een derde van de kinderen goed aanslaat, bij een derde werkt het een beetje en bij een derde doet het niets. Desmopressine is symptoombestrijding, maar het kan helpen bij een logeerpartijtje of een schoolkamp.” Een andere categorie middelen zijn de anticholinergica. Ze ontspannen de blaasspier en vergroten het blaasvolume. “Die middelen helpen bij een overactieve blaas. Ze hebben wel wat bijwerkingen, zoals obstipatie of een droge mond. Obstipatie heeft hoe dan ook invloed op het plassen, een volle darm kan op de blaas drukken.”
Stress Huisartsen lijken wat terughoudend met voorschrijven van medicatie bij bedplassen. Kinderuroloog Liesbeth de Wall begrijpt dat wel. “Zij zien de jongere groep en willen misschien eerst weten wat er allemaal meespeelt. Ook weten we dat elk jaar bij vijftien procent van de kinderen het bedplassen spontaan ophoudt. Ik zie de kinderen hier natuurlijk in een derdelijns ziekenhuis. Dan hebben deconservatieve methodes als belonen met stickers en nog even laten plassen als de ouders zelfs naar bed gaan niet geholpen. Die kinderen zijn dan al een jaar of acht, negen. Bedplassen zorgt bij hen voor veel stress.”
Educatie
Is bedplassen een probleem van nu, dat niet past bij de maakbare samenleving? De Wall kiest bij haar antwoord vol voor het kind. “Zelf vind ik het altijd belangrijk om te weten of de ouder of het kind het een groot probleem vindt. Maar ook de sociale omgeving speelt mee. Basisscholen bijvoorbeeld mogen kinderen weigeren die niet zindelijk zijn. Misschien denken we daarom dat alle kleuters ook al ’s nachts droog moeten zijn. We vinden bedplassen een probleem bij logeren en vakanties. Maar het is eenmaal zo dat het bij sommige kinderen langer duurt voordat ze ’s nachts droog zijn. Er mag meer educatie en normalisering zijn op scholen. Het helpt als er meer begrip is, meer acceptatie en als er minder een taboe op heerst.”
Plaswekker met onderbroekje Een bekende methode bij bedplassen is de plaswekker met het speciale onderbroekje. Als er urine in dat broekje komt gaat er een alarm af. Kinderuroloog Liesbeth de Wall: “Een plaswekkertraining helpt, maar alleen als je die inzet op het juiste moment. Je moet zeker weten dat er voldoende blaascapaciteit is bijvoorbeeld. Een zorgverlener moet daar een reëel beeld van hebben aan de hand van een plaslijst en het gewicht van de luiers. Ook kun je er beter niet mee starten als het kind nog te jong is. Liever bij acht jaar dan bij vijf jaar. In ieder geval moet het kind zelf goed gemotiveerd zijn.”
Margit Kranenburg is zorgjournalist.
Door Margit Kranenburg