Allergie en ongewenste middelen

Dat kunnen middelen zijn waarvoor een cliënt allergisch is of middelen die om andere redenen niet gewenst zijn, bijvoorbeeld bijwerkingen of mogelijke kruisovergevoeligheid met het middel waarvoor de cliënt allergisch is.

 

Bewaking op ongewenste middelen

 

Door als arts of apotheker te bewaken op ongewenste middelen, kan worden voorkomen dat een geneesmiddel wordt gegeven aan iemand die daar overgevoelig voor is. Of aan iemand die een middel om een andere reden niet kan of wil gebruiken.

  • Ongewenste groepen: In de G-Standaard zit een Ongewenste-groepenbestand. Daarmee kan bewaakt worden op hele groepen, bijvoorbeeld penicillines. Er is een relatiethesaurus aanwezig waardoor ook bewaakt kan worden op kruisovergevoeligheid tussen ongewenste groepen, bijvoorbeeld tussen penicillines en cefalosporines. Kruisovergevoeligheid is in sommige gevallen echter slechts theoretisch.
  • Ongewenste werkzame stof: Er kan ook bewaakt worden op afzonderlijke middelen met een bepaalde werkzame stof (al dan niet in combinatie met een bepaalde toedieningsweg) of op specifieke handelsproducten. Hiervoor is geen speciaal G-Standaardbestand nodig; hiervoor kunnen SNK-, SSK- en HPK-gegevens uit de G-Standaard worden gebruikt.

Informatie over hoe u de bewakingen in de apotheek kunt organiseren, kunt u vinden in het Handboek Medicatiebewaking.

Technische informatie

De implementatierichtlijn vindt u op  www.z-index.nl > G-Standaardbeschrijvingen > Functioneel.

Contact

Helpdesk GIC
Maandag t/m vrijdag 10.30 - 17.00 uur

(070) 373 73 77 gic@knmp.nl