Onderzoeksplicht bij terhandstelling

Bij elke terhandstelling vormt de apotheker een professioneel oordeel over de mogelijke farmacotherapeutische risico´s. Deze overweging maakt de apotheker vanuit zijn deskundigheid. Hiervoor moet hij zeker weten dat hij beschikt over de meest recente (medicatie)gegevens van de patiënt. Dit is de zogenoemde onderzoeksplicht.

Iedere apotheker die handelingen verricht op basis van de medicatiegegevens moet zeker weten dat hij beschikt over de meest recente (medicatie)gegevens van de patiënt. Dit is een onderzoeksplicht op basis van het burgerlijk wetboek, de kwaliteitswet zorginstellingen en de wet BIG. De omvang van de onderzoeksplicht verschilt van patiënt tot patiënt. Zo hangt de grootte van de onderzoeksplicht af van hoe bepalend de juistheid van de informatie is voor het slagen van de behandeling. Ook is de onderzoeksplicht groter als de gevolgen van een behandeling ernstig kunnen ingrijpen in het leven van de patiënt.

Richtlijnen

Hoe u invulling geeft aan deze onderzoeksplicht is afhankelijk van onder andere de beschikbaarheid, volledigheid en actualiteit van betrouwbare gegevens die nodig zijn om verantwoorde zorg te leveren. Ook de gesteldheid van de patiënt, of het feit dat niet de patiënt maar zijn mantelzorger voor de balie staat, is van invloed op de mogelijkheden om invulling te geven aan de onderzoeksplicht. U moet doen wat een redelijk handelende apotheker zou doen. Wat dat is, ligt vast in de Professionele Standaard. Voor openbaar apothekers zijn dit dus de KNMP-richtlijnen en voor ziekenhuisapothekers de NVZA-richtlijnen. Daarbij geldt het principe: volg of leg uit.

Scenario’s bij vorming farmacotherapeutisch oordeel

1. De patiënt ontvangt regelmatig medicatie via uw apotheek (minimaal 1 keer per kwartaal)

U moet beoordelen of het voorgeschreven geneesmiddel met de beschikbare gegevens afgeleverd kan worden of dat er meer gegevens nodig zijn om verantwoord af te kunnen leveren. Het gaat hierbij om de gegevens in uw apotheek en de gegevens die u opvraagt bij andere zorgaanbieders, bijvoorbeeld via het LSP of in het Cluster. Deze gegevens ondersteunen u, maar vervangen de onderzoeksplicht niet. Het werkelijk gebruik kan namelijk afwijken van de geregistreerde verstrekkingen. Of het medicatieoverzicht is niet volledig, omdat de patiënt er bewust voor heeft gekozen om géén toestemming te geven aan de apotheek voor het beschikbaar stellen van zijn gegevens.

Kortom, u zult altijd moeten navragen bij de patiënt of zijn mantelzorger welke medicatie wordt gebruikt.

2. De patiënt is niet bekend in uw apotheek of al langere tijd niet geweest

Nadat u de patiënt heeft ingeschreven, kunt u gegevens opvragen via het LSP. Het kan zijn dat u geen gegevens kunt vinden omdat die nog niet zijn aangemeld of de patiënt geen toestemming heeft gegeven.

Als een wilsbekwame patiënt zijn gegevens niet beschikbaar wil stellen via het LSP, is de patiënt er verantwoordelijk voor dat zijn zorgverleners op de hoogte zijn van het actuele medicatiegebruik. De patiënt kan dit op papier meenemen. Wanneer de patiënt u een medicatieoverzicht geeft, controleert u dit dan allereerst op actualiteit. Is het overzicht inderdaad actueel, dan kunt u dit betrekken bij uw farmacotherapeutisch oordeel.

Is de patiënt niet in staat duidelijke informatie te verstrekken of krijgt u tegenstrijdige informatie, dan mag u niet zonder meer afleveren. In dit geval heeft u de verplichting om te onderzoeken wat het actuele medicatiegebruik is en moet u er moeite voor doen om toch op enige wijze gegevens te verkrijgen. Op basis van de gegevens die u verkrijgt, maakt u vervolgens de afweging of het voorgeschreven middel verantwoord ter hand gesteld kan worden. U mag de verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid van actuele medicatiegegevens niet afschuiven op de patiënt. Ditzelfde geldt voor de wilsonbekwame patiënt waarbij de vertegenwoordiger in de plaats komt van de patiënt.

Welke aspecten betrekt u bij uw oordeelsvorming?

  • situatie van de patiënt en hoe de patiënt overkomt (is iemand bijvoorbeeld zenuwachtig of komt iemand nuchter over?)
  • inschatting betrouwbaarheid van de informatie van de patiënt
  • gezondheidsrisico bij niet afleveren geneesmiddel
  • aandoening van de patiënt en de reden van voorschrijven (voorbeeld: is de patiënt diabeet en krijgt hij nu middel voor andere aandoening?)
  • bekende interacties/contra-indicaties van het te verstrekken middel

Bij twijfel: u maakt de afweging

Bij twijfel neemt u allereerst contact op met de voorschrijver. Mogelijk heeft de voorschrijver meer medische gegevens over de patiënt of kan hij u een toelichting gegeven over de aandoening. Zijn uw twijfels nog niet weggenomen, dan maakt u de afweging tussen de ernst van de situatie, het spoedeisende karakter en de gezondheidsrisico’s. U kunt besluiten om het voorgeschreven geneesmiddel niet af te leveren als wordt vermoed dat gezondheidsschade kan ontstaan.

Verantwoordelijkheid voor eventuele schade

U kunt verantwoordelijk zijn voor eventuele schade van de patiënt als u het middel aflevert terwijl dit niet verantwoord is of als u niet heeft voldaan aan uw onderzoeksplicht. Een handtekening of verklaring van de patiënt dat aan de onderzoeksplicht is voldaan, neemt deze verantwoordelijkheid niet weg. De bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst verbieden dat uitdrukkelijk.

Deze informatie is beschikbaar als handreiking voor apothekers,
met concreet stappenplan

Open link

Contact

KNMP
Maandag t/m vrijdag 09:00 - 17:00 uur

(070) 373 73 73 communicatie@knmp.nl