Veelgestelde vragen over bloedglucosemeters

Deze vragen en antwoorden gaan over de Keuzehulp Bloedglucosemeters het Consensusdocument Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting. De Keuzehulp en het Consensusdocument maken deel uit van een serie adviezen voor goede diabeteszorg van de Nederlandse Diabetes Federatie.

Wat is de Keuzehulp?

Met de Keuzehulp Bloedglucosemeters kan de patiënt thuis een overzicht krijgen van bloedglucosemeters die passen bij zijn medische en persoonlijke situatie. Ook wordt aangegeven of de meter vergoed wordt door de zorgverzekeraar. Samen met de zorgverlener loopt de patiënt de keuzehulp in de spreekkamer nogmaals door. De best passende meters worden als eerste getoond. Afhankelijk van welke leverancier wordt gekozen, kan de best passende meter besteld worden. Naast de medisch speciaalzaken worden openbare apotheken apart als leverancier genoemd in de Keuzehulp.

Wat betekent de Keuzehulp voor samenwerking in de keten?

Ten aanzien van de positie van de openbare apotheek als leverancier van diabeteshulpmiddelen, geldt dat goede inhoudelijke samenwerking tussen diabetesverpleegkundige en apotheker van vitaal belang blijft. Dat ‘selectieve contractering’ door zorgverzekeraars hier roet in het eten kan gooien is bekend, niet voor niets heeft de KNMP in maart dit jaar hierover een brief aan de Kamer gestuurd. Maar daar waar contracteerbeleid niet in de weg zit, kunnen de meeste diabetespatiënten hulpmiddelenzorg via de openbare apotheek krijgen.

Wat betekent de Keuzehulp voor het assortiment van de apotheek?

Uitgangspunt is dat patiënt en hoofdbehandelaar kunnen kiezen voor een bloedglucosemeter die past bij het functioneringsgerichte voorschrift en die wordt vergoed door de zorgverzekeraar van de patiënt. Het blijft dus mogelijk binnen de keten van diabeteszorgverleners afspraken te maken over het voorkeursassortiment.

Waarop is de Keuzehulp gebaseerd?

De Keuzehulp is gebaseerd op het Consensusdocument Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting. Hierin wordt beschreven hoe de keuze voor een bepaald type meter voor een individuele patiënt wordt gemaakt, welke educatie en instructies de patiënt hoort te ontvangen, hoe de kwaliteit van de bloedglucosemeting gewaarborgd wordt en hoe (indien nodig) veilig omgezet kan worden naar een andere meter. Ook worden kwaliteitscriteria voor de organisatie en infrastructuur van standaard bloedglucosemeting. Tenslotte wordentaken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen beschreven.

Door wie is het Consensusdocument opgesteld?

Onder de vlag van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) is begin 2016 gestart met de omschrijving van concrete kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting. Hierbij zijn organisaties betrokken van patiënten (DVN), zorgverleners (KNMP, DiHAG, EADV, NVD/DNO, NIV, NVK), klinisch chemici (NVKC), leveranciers (FHI), fabrikanten (Diagned) en zorgverzekeraars (ZN). Daarnaast zijn het Zorginstituut Nederland en het ministerie van VWS betrokken.

Wat staat in het Consensusdocument over de rol van de apotheker?

De openbaar apotheker kan als zorgverlener deel uit maken van het behandelteam. De nieuwe tekst van de NDF Zorgstandaard spreekt inmiddels van multidisciplinaire eerstelijns samenwerking voor diabeteszorg. Daarnaast kan de openbaar apotheker leverancier zijn van diabeteshulpmiddelen.

Hoe wordt de keuze voor het type bloedglucosemeter in het Consensusdocument beschreven?

In het consensusdocument worden de volgende stappen benoemd:

  • De hoofdbehandelaar schrijft een bepaald type bloedglucosemeter voor dat past bij de functioneringsproblemen en behoeften van de patiënt (dit is een functioneringsgericht voorschrift).
  • De patiënt en hoofdbehandelaar kiezen de bij het voorschrift passende meters uit het aanbod bloedglucosemeters dat door de zorgverzekeraar van de patiënt wordt vergoed.
  • De patiënt en hoofdbehandelaar kiezen uit het assortiment van de leverancier de meter die past bij het functioneringsgerichte voorschrift én die wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Uitgangspunt is dat patiënt en hoofdbehandelaar voldoende keuzevrijheid hebben uit een breed aanbod bloedglucosemeters. Dit betekent dat voor elke categorie patiënteigenschappen (basis, visuele beperking, motorische beperking enz.) door de zorgverzekeraar een minimum aantal beschikbare meters gecontracteerd moet worden. Om dit aantal te bepalen is in het Consensusdocument een staffel opgenomen. 
  • De zorgverzekeraar zorgt ervoor dat alle meters die de zorgverzekeraar vergoedt voor de patiënt verkrijgbaar zijn. Dit hoeft niet bij één en dezelfde leverancier te zijn.

Is economische substitutie van bloedglucosemeters mogelijk?

Als gevolg van het besluit van het Zorginstituut Nederland is in de Module Diabetes Hulpmiddelen een nieuwe paragraaf over economische substitutie opgenomen. De belangrijkste elementen zijn:

  • Gewijzigd prijsbeleid van de fabrikant kan aanleiding zijn om het gesprek in de spreekkamer opnieuw te voeren.
  • Op grond van de Module Diabetes Hulpmiddelen bepaalt eerst de zorgverzekeraar en vervolgens de hoofdbehandelaar en de patiënt of er daadwerkelijk gesubstitueerd wordt.

Dit sluit aan bij de bestaande regelingen rond geneesmiddelsubstitutie.

Analoog aan de Handleiding geneesmiddelsubstitutie (KNMP, 2013) kunnen apothekers en artsen afspraken maken over substitutie van bloedglucosemeters. In voorkomende gevallen kan dit ook gevolgen hebben voor het voorkeursassortiment bloedglucosemeters. Het verdient aanbeveling deze afspraken schriftelijk vast te leggen.

Bekijk de Keuzehulp Bloedglucosemeters Bekijk het verantwoordingsdocument en de module Diabetes Hulpmiddelen 1.1