Handleiding Geneesmiddelsubstitutie

De Handleiding Geneesmiddelsubstitutie geeft uitleg over geneesmiddelen of situaties waarin overwogen moet worden om niet te substitueren. Ook bevat de handleiding achtergrondinformatie over bio-equivalentie en juridische aspecten.

Juridische aspecten substitutie

Juridisch gezien mag de apotheker alleen het voorgeschreven geneesmiddel afleveren. Substitutie vereist dan ook toestemming van de arts en patiënt. In de praktijk betekent dit meestal dat artsen en apothekers hier afspraken over maken. In de Nederlandse farmaceutische wet- en regelgeving is niets specifiek geregeld over substitutie. Een overzicht van de juridische aspecten van substitutie vindt u in de Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (pag. 31, hoofdstuk 7).

Substitutiebestand in G-Standaard

Bij middelen met een smalle therapeutische breedte of een specifiek afgifteprofiel brengt substitutie het risico met zich mee van bijwerkingen of een verminderde werking. Met het substitutiebestand in de G-Standaard is het mogelijk om onbedoelde substitutie van dergelijke middelen te voorkomen. Ook kan het bestand bij bewuste substitutie wijzen op mogelijke problemen bij de cliënt. Er zijn verschillende teksten voor de voorschrijver en de assistent in de openbare apotheek, toegespitst op de betreffende zorgverlener. Deze teksten geven informatie over redenen om te overwegen niet te substitueren.

Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (juni 2013)

(PDF 1.4 MB)

Download

Wijzigingen Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (juni 2013)

(PDF 32.0 KB)

Download

Guideline for Generic Substitution

(PDF 1.0 MB)

Download

Contact

Helpdesk GIC
Maandag t/m vrijdag 10.30 - 17.00 uur

(070) 373 73 77 gic@knmp.nl