Handvatten voor in de apotheek bij omzetten van insulines

De KNMP stelt handvatten beschikbaar voor in de apotheek bij het omzetten van insulines. Het gaat om handvatten in de voorbereidende fase en gedurende de invoering. Ook kan het apotheekteam bij een EU van een nieuwe insuline een voorbeeld checklist aan de balie gebruiken.

In de voorbereidende fase (voorafgaand aan de start van het preferentiebeleid)

  • Inventariseer bij welke zorgverzekeraars wijzigingen gaan optreden.
  • Vraag bij uw zorgmakelaar na welke afspraken zijn gemaakt (denk aan te behalen preferentiegraad, vergoedingen, prestaties die u eventueel kunt declareren).
  • Bestel/download instructiematerialen zoals demo’s, flyers etcetera. Bijvoorbeeld bij de fabrikanten van de insulines of onder het kopje “relevante documenten” op de pagina biosimilars in de eerstelijn op knmp.nl.
  • Informeer het team over wat er gaat komen en maak werkafspraken (stel eventueel checklists op).
  • Breng in beeld om hoeveel patiënten het (ongeveer) gaat.
  • Controleer of hier kwetsbare patiënten tussen zitten die niet in aanmerking komen voor een omzetting, ook in samenwerking met voorschrijvers. Voorbeelden hiervan zijn personen met verminderde cognitieve vaardigheden, patiënten die zeer moeilijk zijn in te stellen, personen met lage gezondheidsvaardigheden, (in sommige gevallen) zwangeren. Let ook extra op bij kinderen. Voor de kortwerkende insulines geldt dat kinderen > 1 jaar een biosimilar mogen krijgen en voor de langwerkende insuline glargine geldt dit voor kinderen > 2 jaar. Zij moeten echter wel gebruik kunnen maken van een pensysteem dat geschikt is voor hun leeftijd. Ook personen die het preferente middel al eens hebben gebruikt en hier een allergische reactie/onoverkomelijke bijwerkingen op hebben gehad of geen adequate instelling hebben bereikt, moeten worden uitgesloten van omzettingen.
  • Maak afspraken met de huisartsen/praktijkondersteuners en, indien mogelijk, internisten/diabetes verpleegkundigen (bijvoorbeeld tijdens een FTO en/of via uw regionale apothekersvereniging).

Mogelijke afspraken zijn (let op! Deze hoeft u niet allemaal uit te voeren, het zijn voorbeelden):

  • Voorschrijver/apotheekteam bepaalt welke patiënten in aanmerking komen voor een omzetting.
  • Patiënt wordt gebeld door apotheekteam/huisartsenpraktijk over op handen zijnde wisseling.
  • Patiënt wordt uitgenodigd voor gesprek in de apotheek/huisartsenpraktijk.
  • De omzetting wordt besproken op het eerstvolgende consult bij de huisarts/praktijkondersteuner.
  • Apotheekteam/praktijkondersteuner geeft instructie over de nieuwe insuline en het nieuwe pensysteem.
  • Aantal keer extra glucose bepalen of een dagcurve maken. Vraag ook naar de voorkeur van praktijkondersteuners.
  • Medische noodzaak wordt onderbouwd.

Gedurende de invoering (na het op de hoogte stellen/uitnodigen van de patiënt):

  • Indien is afgesproken dat het apotheekteam de uitleg geeft: uitleg geven over de nieuwe insuline en het nieuwe pensysteem.
    • Let daarbij vooral op specifieke eigenschappen van de pen. Zoals wel/geen klikgeluid, hele of halve doseereenheden, moet er op een andere manier eenheden worden ingesteld of ingedrukt worden bij injecteren

NB: de meeste patiënten die navulbare pennen gebruiken, kunnen over op wegwerppennen. Uitzondering hierop zijn:

    • Diabeten (meestal type 1) die halve eenheden injecteren. Halve eenheden kan je niet opdraaien in een wegwerppen, uitzondering hierop zijn de pennen voor kinderen.
    • Diabeten die al zo lang diabeet zijn dat die ooit zijn begonnen met spuitjes opzuigen en hierna de ampullen zijn blijven gebruiken (vanuit historie). Zij zijn nooit de wegwerpspuit gaan gebruiken.
    • Diabeten die ampullen gebruiken vanuit milieutechnisch oogpunt.
  • Zorg bij kinderen voor een geschikt pensysteem (van alle merken zijn juniorpennen beschikbaar. Let op of de juniorpen beschikbaar is als wegwerpspuit of als navulbare pen. In sommige gevallen zal de patiënt over moeten stappen van wegwerpspuit naar navulbare pen of vice versa).
  • Vraag na hoeveel insuline nog in huis is, geef eventueel nog een doosje mee als de oude insuline bijna op is (voor het geval er problemen zijn rondom de toediening van de nieuwe insuline, dan kan de patiënt altijd terugvallen op de oude).
  • Ga bij het afleveren van penfills na of de patiënt al een nieuwe navulbare pen heeft (besteld), of lever zelf een nieuw pensysteem af. Let op! Bij Zilveren Kruis mag u t.b.v. het preferentiebeleid op insulines eenmalig een nieuwe navulbare pen afleveren.
    • Verwijs eventueel naar een medisch speciaalzaak waar patiënt de nieuwe pen kan bestellen.
  • Controleer welke naalden de patiënt gebruikt en geef indien nodig nieuwe naalden mee die compatibel zijn met het nieuwe pensysteem (Novofine bij producten van NovoNordisk, universele naalden bij producten van Sanofi) of informeer patiënt waar hij/zij deze kan bestellen.
  • Wijs de patiënt op het extra meten van de bloedglucose, zoals afgesproken met huisartsen/praktijkondersteuners.
  • Vraag patiënt om contact op te nemen bij vragen of problemen.
  • Informeer de voorschrijver dat de patiënt de nieuwe insuline heeft gehad.

Voorbeeld checklist aan de balie

Een voorbeeld voor een checklist aan de balie staat hieronder, die door het apotheekteam gebruikt kan worden bij een EU van een nieuw insuline.

Checklist switch naar insuline-aspart-sanofi of insuline-lispro-sanofi

  • De patiënt is verzekerd bij VGZ, Z&Z, ASR, ENO of Zilveren Kruis.
  • De patiënt krijgt de SoloStar voorgevulde pen of de penfills met de AllStar Pro of de JuniorStar pen.
  • Geef de patiënt universele naaldjes mee (BD, Ypsomed, geen Novofine).
  • Geef de patiënt een patiëntbrochure insuline-aspart-sanofi of insulinelispro-sanofi mee.