Vergoeding doorgeleverde apotheekbereidingen 2017 bekend

3 oktober 2016

De zorgverzekeraars hebben bekend gemaakt welke doorgeleverde apotheekbereidingen zij vanaf 1 januari 2017 vergoeden en welke niet. Ten opzichte van 2016 is de vergoeding van 80 bereidingen gewijzigd.

Doorgeleverde apotheekbereidingen zijn bereidingen die een apotheek maakt en aan een andere apotheek levert. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) staat dit onder bepaalde voorwaarden toe. Zie voor meer informatie de IGZ-Circulaire 'Handhavend optreden bij collegiaal doorleveren van eigen bereidingen door apothekers’. Apotheekbereidingen zijn niet-geregistreerde geneesmiddelen, en daarom niet opgenomen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).

Een doorgeleverde bereiding (DB) moet voldoen aan de wettelijke eis uit het Besluit zorgverzekering artikel 2.8 lid 1: rationele farmacotherapie. Dat betekent dat onder andere sprake moet zijn van wetenschappelijk bewezen werkzaamheid. Sinds 2016 besluiten zorgverzekeraars gezamenlijk welke doorgeleverde bereidingen voor vergoeding in aanmerking komen. Vóór 2016 kon de vergoeding per zorgverzekeraar verschillen. Om tot een gezamenlijk besluit te komen, krijgen de verzekeraars input van de KNMP, koepelorganisaties van medisch specialisten en huisartsen en van Patiëntenfederatie Nederland. Uiteindelijk is het echter aan de zorgverzekeraars om te besluiten of zij een bereiding vergoeden of niet.

Aanspraakstatus

Een doorgeleverde bereiding kent drie verschillende aanspraakstatussen:

  • De bereiding komt in aanmerking voor vergoeding;
  • De bereiding komt alleen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor vergoeding. Deze aanvullende voorwaarden worden uitgeleverd via de G-Standaard;
  • De bereiding komt niet in aanmerking voor vergoeding.

In die laatste categorie kan de zorgverzekeraar in uitzonderingsgevallen op basis van een gemotiveerde aanvraag van de behandelaar via een machtigingsprocedure toch besluiten tot vergoeding over te gaan.

Wijzigingen

Hieronder is een overzicht te vinden van bereidingen waarvan de vergoeding per 1 januari 2017 zal wijzigen ten opzichte van 2016. Enkele opvallende wijzigingen zijn:

  • Tabletten met natriumwaterstofcarbonaat (500 mg) worden vanaf 2017 wel vergoed, uitsluitend voor patiënten met terminale nierinsufficiëntie en voor dialysepatiënten. In eerdere jaren was dat alléén na afgifte van een machtiging door de zorgverzekeraar.
  • Alle dermatologische preparaten met ureum worden niet langer vergoed, zie ook het nieuwsbericht. Dit zal ook gelden voor apotheekbereidingen. Reden is een rapport van het Zorginstituut, dat bereidingen met ureum als niet-rationele farmacotherapie bestempelt.
  • Tabletten en capsules met aripiprazol met sterktes van 0,5 mg tot 7,5 mg worden niet langer vergoed, 2,5 mg uitgezonderd. De rationaliteit van deze lage sterktes is niet aangetoond. De dranken (0,5 mg/ml en 1 mg/ml) blijven wel vergoed, dus mochten er toch afwijkende sterktes nodig zijn dan kan hiernaar worden uitgeweken. De reden hiervoor is de (start)dosering die in het Kinderformularium wordt genoemd.
  • Zorgverzekeraars hebben ook gekeken naar producten die niet als DB, maar als Experimenteel Product (EP) in de G-Standaard staan. Levothyroxinetabletten (25-200 µg) in de vorm van Levothyrox van de firma Merck worden niet langer vergoed. Dit betreft de producten die ten tijde van het tekort begin dit jaar uit Frankrijk zijn betrokken en zijn opgenomen in de G-Standaard. Nu van een tekort geen sprake meer is, worden deze producten ook niet meer vergoed. Hetzelfde geldt voor injectiepoeder met benzylpenicillinenatrium. Nu er een product in Nederland geregistreerd is, wordt het Experimentele Product uit het buitenland niet meer betaald door de zorgverzekeraars.

De KNMP raadt apothekers aan om gebruikers van middelen die volgend jaar niet langer worden vergoed, tijdig te informeren.

Bekijk de website van Zorgverzekeraars Nederland

Zijn er naar aanleiding van deze wijzigingen nog vragen? Neem dan contact op met de helpdesk van het Laboratorium der Nederlandse Apothekers (, tel. 070 37 37 370).

Dit nieuwsbericht is onderdeel van nieuwscategorie: Patiëntenzorg Praktijkvoering