Symposium Artificiële intelligentie in de farmaciepraktijk

Het symposium 'Artificiële intelligentie in de farmaciepraktijk; mens en machine' vond plaats op 8 februari 2020 ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de SIG Ethiek en filosofie van de farmacie. Hieronder vindt u een verslag van dit symposium.

Dagvoorzitter Toine Pieters noemt dat bij introductie van de computer de angst ontstond dat de computer het werk zal vervangen. Die gedachten zijn er nu weer bij de opkomst van artificiële intelligentie (AI).

Verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie (KI) is de hoofdlijn van de presentatie van Pim Haselager, psycholoog en filosoof, Radboud Universiteit: hoe houden wij als mensen betekenisvolle controle, in plaats van achter de machines aan te lopen, terwijl de ontwikkelingen razendsnel gaan. De belofte van KI is dat er veel meer intelligentie mogelijk is dan mensen ooit voor mogelijk hebben gehouden. Computers leren zichzelf oplossingen voor problemen die er niet door de mens in geprogrammeerd zijn. Wat betekent dat bijvoorbeeld voor verantwoordelijkheid?

Het grootste probleem is dat computers de wereld regeren, terwijl ze nog betrekkelijk dom zijn. De vraag voor apothekers is: wat betekent dat voor de farmacie? Daar moet de beroepsgroep over nadenken. Apothekers zijn degenen die techniek inzetten en hebben dan ook de verantwoordelijkheid om na te denken over positieve en negatieve aspecten. Hoe behouden we transparantie en verantwoordelijkheid?

Claudia Rijcken, apotheker en werkzaam bij Health start-up Pharmi, gaat verder met de vraag: Zijn we klaar voor AI? De overheid heeft als ambitie om de patiënt te allen tijde toegang tot zijn eigen zorggegevens te geven. Zorgdata komen samen in het PGO. Kan iedere patiënt zelf in de lead zijn, en wat wordt de rol van de mantelzorger?

Enkele deelnemers zijn al op de hoogte van de term digital therapeutics. Dit zijn software-technologische hulpmiddelen die de patiënt helpen zijn ziekte te behandelen of beperken. Deze technieken moeten ook geregistreerd worden. Het wordt ook de vierde generatie geneesmiddel genoemd. Dit moet ook een onderdeel van de opleiding tot apotheker worden. Claudia pleit dan ook voor AI in de uitleg 'Apotheker Intelligentie'.

Hoe verbetert AI als beslissingsondersteunende technologie het gebruik van geneesmiddelen en daarmee de gezondheidszorg? Dit is de insteek van Ciano Aydin, hoogleraar filosofie van mens en techniek, TU Twente. Zijn we vrij van de invloed van technologie? We worden altijd beïnvloed door de buitenwereld. De complexere vraag is: hoe verhoud je je tot de technologie?

Technologie wordt steeds intrusiever. Ze is normatief en beïnvloedt onze doelen. Wat verbetering is, hangt af van het doel dat je wilt bereiken. Daarbij gelden de waarden van ieder individu. Deze waarden worden ook beïnvloed. De vraag is niet ‘Worden we beïnvloed door technologie?’, maar ‘Correspondeert de beïnvloeding met langetermijndoelstellingen?’. Draagt technologie bij aan de wijze waarop wij gevormd willen worden? Voor de ene mens is dit wel zo, voor de ander niet. De waarde van een specifieke technologie zal voor elk mens anders zijn. Dit geldt ook voor medisch technologische oplossingen.

Eelke Tuinstra, filosoof, werkzaam bij de Haagse Hogeschool en adviseur bij het Handvest van de Apotheker heeft het over AI en de professionele houding. Een professional heeft een rol tussen het individu en de samenleving in. Morele afwegingen van handelen door de professional worden beïnvloed door technologie en de wetgeving hierover. De goede houding tegenover complexe verandering is heel belangrijk voor de uitkomst van de vraag of technologie een vooruitgang of een doemscenario is.

Professionals zijn sterk in inhoud, maar moeten ook sterk staan in ‘moerassige omgeving’. Hiervoor is oefenen in de professionele praktijk nodig. Per tafel van zes deelnemers werden de volgende vijf vragen besproken:

  • Moeten de bestaande kennisdomeinen van de apotheker aangevuld worden of ontbreekt er een kennisdomein?
  • Welke van de vijf kernwaarden van de apotheker worden belangrijker?
  • Zijn er andere kernwaarden die van belang worden?
  • Wat verandert er in de relatie met de patiënt in een AI-omgeving?
  • Wat betekent dit voor kwetsbare doelgroepen?

In de slotdiscussie komt Toine Pieters hierop terug en stelt dat de meerwaarde van de professional met name uit het ‘moerassige’ komt, omdat de wetenschap, evidence based kennis, steeds breder beschikbaar is.

De inzet van AI als therapie kun je kenschetsen als ‘van tablet naar tablet’. AI als een vorm van geneesmiddel valt dan onder het kennisdomein van het geneesmiddel. Bij de term geneesmiddel veronderstel je een standaard van wat genezen is. Dit wordt steeds diffuser, zie lifestyle geneesmiddelen. Daar moet nog veel onderzoek naar worden gedaan.