Voor alle geledingen van apothekers geldt dat zij verschillende documenten ter beschikking hebben voor het uitoefenen van hun beroep, zoals richtlijnen, normen, handreikingen en standpunten. Waar deze documenten meestal voor één geleding gelden, gelden wet- en regelgeving, de Code van apothekers, het Handvest van de apotheker en de eed of belofte van de apotheker, voor álle apothekers. Op deze pagina staat meer informatie over de samenhang tussen de verschillende documenten voor de beroepsuitoefening van apothekers.
Wet- en regelgeving
Het handelen van apothekers vindt plaats binnen een uitgebreid stelsel van (inter)nationale wet- en regelgeving. Deze is van toepassing op alle apothekers en biedt kaders voor onderwerpen, zoals de kwaliteit en veiligheid van geneesmiddelen, privacy en gegevensbescherming, beroepsuitoefening, patiëntrechten en de organisatie van zorg. Belangrijke wettelijke kaders zijn onder meer de Geneesmiddelenwet, de Wet BIG, de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
Bij het ontwikkelen van de Code van apothekers is rekening gehouden met wet- en regelgeving. De Code van apothekers bevat dan ook een paragraaf waarin de relatie met wet- en regelgeving wordt toegelicht. In een bijlage van de Code is een lijst van relevante wetgeving opgenomen.
Het Juridisch kader richtlijnen legt de relatie van de richtlijnen van de Professionele Standaard Farmaceutische Zorg met de Nederlandse wetgeving uit. Ook staat in dit document de betekenis van de richtlijnen beschreven in relatie tot de patiënt, de zorgverzekeraar en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Code van apothekers
De Code van apothekers bevat regels voor houding en gedrag. De code is ontwikkeld door alle geledingen van apothekers en geldt voor alle apothekers. Het document geeft weer wat apothekers belangrijk vinden in hun rol als zorgprofessional. Dit wordt beschreven in relatie met onze patiënten, in relatie tot de eigen beroepsgroep, in de samenwerking met andere (zorg)professionals en in relatie tot de maatschappij.
De Code van apothekers bestaat uit regels die door de beroepsgroep zelf zijn vastgesteld. Deze zelfregulering is gebruikelijk in de gezondheidszorg en komt tot uiting in de richtlijnen, kwaliteitsstandaarden en protocollen van een beroepsgroep. Zelfregulering heeft niet dezelfde juridische status als wetgeving of jurisprudentie. Desalniettemin maken (tucht)rechters vaak gebruik van deze normen bij het beoordelen van het professionele handelen van apothekers. Deze normen helpen bij het invullen van wettelijke begrippen als ‘goede zorg’ of ‘goed zorgverlenerschap’. Daarom heeft de Code van apothekers wel degelijk juridische waarde.
In gevallen waar een regel in conflict komt met een wettelijke regel, heeft de wettelijke regel doorgaans voorrang. Daarnaast kan het voorkomen dat een onderwerp niet in de code staat, maar wel in wet- en regelgeving is opgenomen.
Handvest van de apotheker
Het Handvest van de apotheker is een richtinggevend document over de waarden en normen van het beroep apotheker en verschilt daarmee van de Code van apothekers die bestaat uit gedragsregels. Het geeft richting aan de waarden en normen van de professie van de apotheker, de positie van de professie binnen de zorg en de farmacie, en de verantwoordelijkheden waarop de apotheker mag worden aangesproken.
Het document beschrijft de kernwaarden van de professie die de basis vormen voor de professionele autonomie van de apotheker, waardoor het mogelijk is om in een situatie anders te handelen dan staat beschreven in bijvoorbeeld een richtlijn of de Code van apothekers.
Eed of belofte
Elke apotheker legt de eed of belofte af bij het behalen van het apothekersexamen. De eed geldt dan ook voor álle apothekers. De Code van apothekers is in lijn met de eed of belofte.
Eed:
„Ik zweer (beloof), dat ik de artsenijbereidkunde volgens de daarop wettelijk vastgestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner kennis is gekomen, tenzij mijn verklaring als getuige of deskundige in rechten gevorderd, of ik anderszins tot het geven van mededeling door de wet verplicht wordt. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (dat beloof ik)".
Bron: LANDSVERORDENING van de 25ste maart 1960 houdende regeling der voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde als apotheker of als apothekersassistent.
Richtlijnen, normen, handreikingen en standpunten
Voor alle geledingen van apothekers geldt dat zij verschillende documenten ter beschikking hebben, zoals richtlijnen, normen, handreikingen en standpunten. Deze documenten gelden meestal voor één geleding.
Voor openbaar apothekers (inclusief poliklinisch apothekers) geldt de Professionele Standaard Farmaceutische Zorg, waarin staat beschreven welke zorg patiënten van hun apotheker mogen verwachten. Sommige werkvelden (buiten de apotheek) kennen een eigen professionele standaard. Er bestaan vergelijkbare documenten voor specifieke werkvelden. De richtlijnen, normen en zorgstandaarden die horen bij het zorgproces vormen samen de Professionele Standaard. Voor ziekenhuisapothekers geldt de Beroepsstandaard Apotheken van het ziekenhuis. Binnen organisaties kunnen organisatiespecifieke richtlijnen of protocollen gelden.
Professioneel Statuut
Voor openbaar apothekers en ziekenhuisapothekers geldt het Professioneel Statuut. Het Professioneel Statuut voor apothekers werkzaam in een apotheek legt de verantwoordelijkheden van de apotheker en de zorgorganisatie vast. Een zorgorganisatie kan een apotheek, ziekenhuis of apotheekketen zijn. Dit document heeft tot doel een vast onderdeel te vormen van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever (zorgorganisatie) en de apotheker in loondienst.