3 fases bij therapie-ontrouw

Therapie-ontrouw komt op vele manieren voor. Patiënten nemen soms bewust hun medicatie niet in, omdat ze bijvoorbeeld last krijgen van vervelende bijwerkingen. Vaak gebeurt het onbewust en vergeet een patiënt ze per ongeluk in te nemen. Er zijn 3 fases bij therapie-ontrouw. Bij elke fase is het belangrijk om in een gesprek te achterhalen welke barrière(s) de patiënt ervaart.

Geneesmiddelengebruik bij therapie-ontrouw kent 3 fases: de acceptatiefase, de uitvoeringsfase en de stopfase.

Bij elke fase geldt dat je in gesprek moet gaan met de patiënt om samen te achterhalen welke barrière(s) hij/zij ervaart. Alleen als je de barrières kent, kun je een interventie kiezen die aansluit op de behoefte van de individuele patiënt. Ook is de interventie afhankelijk van de fase waarin de patiënt zich bevindt. Zo is het vooral in de acceptatiefase zinvol om proactief in te grijpen. Want in de 1ste maand van de behandeling beslist de patiënt vaak of hij de chronische medicatie blijft gebruiken. De gekozen interventie moet ten slotte worden vastgelegd in het EPD.

Acceptatiefase

De patiënt accepteert zijn ziekte en/of geneesmiddelen niet en start daardoor niet met de medicatie. 

Uitvoeringsfase

De patiënt start met het geneesmiddel, maar houdt zich niet aan het voorschrift. Hij gebruikt te veel of te weinig medicatie.

Stopfase

De patiënt stopt zelf zonder afstemming met de behandelaar.

Contact

KNMP
Maandag t/m vrijdag 09:00 - 17:00 uur

(070) 373 73 73 communicatie@knmp.nl