Communicatie met laaggeletterden

Hoe communiceer je op de juiste manier met laaggeletterde patiënten aan de balie? In de Checklist 'Communicatie op maat' staan verschillende tips.

Checklist: 'Communicatie op maat'

KNMP en Pharos stelden een checklist op, mede gebaseerd op de LHV-toolkit laaggeletterdheid en de toolkit Gezonde taal (UMC Utrecht). Met de punten uit deze checklist zou je een laaggeletterde patiënt kunnen herkennen.

Houding

  • Begroet de patiënt warm, met een lach en open houding.
  • Laaggeletterden voelen zich vaak onzeker en niet op hun gemak.

Taalgebruik

  • Spreek langzaam en duidelijk (niet hard!).
  • Kies dezelfde woorden die de patiënt gebruikt voor zijn of haar klachten.
  • Gebruik eenvoudige taal, maar blijf de patiënt als volwassen persoon aanspreken.
  • Maak korte zinnen.
    “Ik loop naar de kast. Ik pak mijn jas.” (niet: ik loop naar de kast om mijn jas te pakken).
  • Gebruik zoveel mogelijk de tegenwoordige tijd.
    “Ik loop. Ik zit. Ik spreek.”
  • Gebruik de gebiedende wijs.
    “Neem elke dag 1 tablet.”
    Laaggeletterden ervaren dit als duidelijk en niet als betuttelend.
  • Vermijd beeldspraak.
    Niet: “Ik wil graag een vinger in de pap hebben.”
  • Stel maar 1 vraag tegelijk.
  • Beperk de informatie tot 3-5 kernpunten en prioriteer deze.
  • Herhaal de belangrijkste punten.
  • Moedig patiënten aan om vragen te stellen.
  • “Welke vragen heeft u nog?” Niet: “Heeft u nog vragen?”
Bekijk de materialen over communicatie met laaggeletterden

Contact

KNMP
Maandag t/m vrijdag 09:00 - 17:00 uur

(070) 373 73 73 communicatie@knmp.nl