Farmacogenetica in de apotheek

Het onderzoeksgebied Farmacogenetica bekijkt hoe de genetische achtergrond van een patiënt bijdraagt aan de werking van geneesmiddelen. Door rekening te houden met DNA-verschillen kun je de keuze van een geneesmiddel en de dosering afstemmen op de individuele patiënt. Dit zorgt voor een veiligere en effectieve farmacotherapie.

Iedereen heeft een uniek genetisch profiel. Door deze verschillen in DNA kunnen sommige patiënten bijvoorbeeld meer last hebben van bijwerkingen van een bepaald geneesmiddel dan anderen. Of het middel werkt minder goed. Momenteel houden zorgverleners nog onvoldoende rekening met deze individuele kenmerken van patiënten. Zo vragen artsen niet vaak farmacogenetische testen aan en delen ze nauwelijks labwaarden met apothekers. Andersom adviseren apothekers artsen te weinig om deze testen aan te vragen.

Pas in de jaren 50 ontwikkelde de farmacogenetica zich als zelfstandige discipline binnen de geneeskunde.

Personalised medicine

De komende 5 jaar gaat dit veranderen. Er zijn voortdurend nieuwe ontwikkelingen op het gebied van farmacogenetica. De farmacogenetische profielen van patiënten worden vaker onderdeel van de geneesmiddelenkeuze en medicatiebewaking, ook wel personalised medicine genoemd. Er is veel interesse in personalised medicine, maar tegelijkertijd weten patiënten en zorgverleners niet precies wat ze kunnen verwachten van deze ontwikkelingen. De focus ligt nu vooral op algemene voorlichting en op de mogelijkheid om een farmacogenetische test te laten afnemen.

Bekijk hoe farmacogenetica in de openbare apotheek eruit ziet
De eerste internationale conferentie voor farmacogenetica werd georganiseerd in 1967.

Genetische variatie van invloed op werking geneesmiddelen

Vele factoren hebben invloed op de mate van effectiviteit en op het ontstaan van bijwerkingen van geneesmiddelen. Eén van deze factoren is de genetische variatie. Via farmacogenetische tests is het mogelijk om genetische variatie vast te stellen. Hiervoor worden bloed- of speekselmonsters gebruikt. Identificatie van een bepaalde genetische variatie bij een patiënt kan vervolgens leiden tot dosisaanpassingen of tot het voorschrijven van een ander geneesmiddel. 

CYP-enzymen breken geneesmiddelen af

CYP-enzymen zorgen voor de afbraak van veel geneesmiddelen. Door farmacogenetische tests kunnen de bouwstenen (de genen) voor deze CYP-enzymen worden onderzocht. Ieder onderzocht CYP-enzym krijgt een classificatie:

  • poor metabolizer (PM), een sterk verlaagde of afwezige activiteit van het CYP-enzym waardoor een geneesmiddel vertraagd of niet wordt afgebroken. Voor mensen die poor metabolizer zijn, is het van belang dat zij een lagere dosering krijgen van een geneesmiddel dan mensen met een normaal enzymmetabolisme;

  • intermediate metabolizer (IM), een verlaagde activiteit van het CYP-enzym. Geeft geen problemen met de afbraak van geneesmiddelen;

  • extensive metabolizer (EM), ‘normale’ activiteit het CYP-enzym. Geeft geen problemen met de afbraak van geneesmiddelen. Wordt steeds vaker normal metabolizer genoemd.

  • ultrarapid metabolizer (UM), een verhoogde activiteit van het CYP-enzym waardoor geneesmiddelen versneld worden afgebroken. Voor mensen die ultrarapid metabolizer zijn, is het van belang dat zij een hogere dosering krijgen van een geneesmiddel dan mensen met een normaal enzymmetabolisme.

Meer informatie

Contact

KNMP
Maandag t/m vrijdag 09:00 - 17:00 uur

(070) 373 73 73 communicatie@knmp.nl