KNMP-standpunt ter hand stellen afslankmiddelen door apotheker

De apotheker levert goede farmaceutische zorg volgens de Professionele Standaard. De apotheker heeft recht op een eigen overtuiging met betrekking tot het ter hand stellen van afslankmiddelen.

In situaties waarbij een patiënt vraagt om een afslankmiddel voert de apotheker hierover een consult met de patiënt. De apotheker herkent welke afslankmiddelen volgens de regels gewichtsverlies kunnen claimen en welke extra adviezen horen bij het ter hand stellen. Maar ook welke producten niet voldoen en dus afgeraden dienen te worden. Het middel kan worden afgeleverd als de apotheker met het consult voldoende informatie over de patiënt en zijn situatie heeft ingewonnen. En als de apotheker inschat dat de patiënt over voldoende informatie beschikt om een overwogen beslissing te kunnen nemen over het gebruik van het afslankmiddel.

Risico-inschatting en consult

Voordat de apotheker een afslankmiddel ter hand stelt, verheldert de apotheker de zorgvraag van de patiënt in een consult. Daarnaast geeft de apotheker de patiënt uitleg en advies over het afslankmiddel, waarbij eveneens gezonde leefstijl en voeding worden besproken en het feit dat een afslankmiddel hiervoor geen vervanger is. In elke situatie maakt de apotheker een risico-inschatting op basis van zijn professionele autonomie, waarbij de patiënt, zijn context en het (genees)middel worden meegewogen. Ook neemt de apotheker de placebowerking van afslankmiddelen mee in zijn overweging om tot een advies te komen. De apotheker maakt onderscheid tussen de patiënt die wat kilo’s wil afslanken (eventueel vanuit zelfbeeld) en de patiënt met de wens om af te slanken direct gerelateerd aan overgewicht (BMI/buikomtrek). De apotheker signaleert risico’s en verwijst zo nodig door naar de huisarts of andere zorgverlener.

Op basis van het consult komen apotheker en patiënt tot een gezamenlijk besluit over al dan niet gebruik van het afslankmiddel door de patiënt. De apotheker respecteert het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt die uiteindelijk zelf de keuze maakt om het middel te gaan gebruiken of niet. Echter, indien de apotheker inschat dat het afslankmiddel schade toebrengt aan de patiënt, levert hij het middel niet af.

Bovenstaande is in lijn met de WGBO, waarin staat beschreven dat de apotheker naast zijn zorgplicht ook een informatieplicht heeft. De apotheker kan het ter hand stellen van afslankmiddelen delegeren aan de apothekersassistent.