VWS en zorgpartijen in gesprek over overhevelingen epoëtines en patiënten in de eerste lijn

16 december 2021

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de KNMP en andere zorgpartijen zijn nog in gesprek over de overhevelingen van erytropoëtische groeifactoren (epoëtines) bij patiënten in de eerste lijn. De eerder aangekondigde patiëntenbrief is verdaagd omdat er nog geen overeenstemming is.

Voor patiënten die onder behandeling van de huisarts epoëtines gebruiken, is nog niet precies bekend hoe zij na de overheveling hun geneesmiddelen ontvangen. De KNMP en LHV willen dat de behandeling van deze patiëntengroep (15-23% van de totale gebruikersgroep) in de eerste lijn blijft plaatsvinden, onder verantwoordelijkheid van de huisarts. Dit om te voorkomen dat het zorgproces zich moet aanpassen aan de bekostiging na de overheveling. Zodra hier meer duidelijkheid over is, zal de KNMP daar nader over berichten.

SFK-search beschikbaar

Vooruitlopend op de uitkomsten van de gesprekken met VWS, is er een SFK-search beschikbaar. Met de SFK-search kunnen apothekers patiënten traceren die een epoëtine gebruiken en waarvan na 1 januari 2022 de vergoeding van een epoëtine via het ziekenhuis gaat lopen. De SFK-search bevat per apotheek alle patiënten die vanaf 1 juni 2021 epoëtines verstrekt kregen, ongeacht of een huisarts of een specialist deze voorschreef. De volgende geneesmiddelen vallen onder de epoëtine-geneesmiddelen:

B03XA01  Epoëtine alfa (Binocrit, Eprex), epoëtine beta (Neorecormon), epoëtine zeta (Retacrit)
B03XA02  Darbepoëtine (Aranesp)
B03XA03  Methoxypolyethyleenglycolepoëtine beta (Mircera)
B03XA05 Roxadustat (Evrenzo)
B03XA06 Luspatercept (Reblozyl)

Patiënten die onder behandeling van een medisch specialist staan, hebben via het ziekenhuis  inmiddels in veel gevallen al informatie gehad over de overheveling en hoe zij per 1 januari 2022 hun medicatie blijven ontvangen.

Bekijk eerdere berichtgeving