ZPP voor valproïnezuur en mycofenolzuur

13 december 2018

Voor valproïnezuur en mycofenolzuur is een zwangerschapspreventieprogramma (ZPP) vastgesteld. Reden hiervoor is dat de geneesmiddelen een verhoogd risico geven op aangeboren afwijkingen. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd mogen valproïnezuur en mycofenolzuur alleen gebruiken als zij aan de voorwaarden van het ZPP voldoen. Het advies aan vrouwen met een kinderwens is om contact op te nemen met hun arts om alternatieve behandelopties te bespreken.

De apotheker is de laatste zorgverlener die de patiënt ziet. Voor het afleveren van valproïnezuur of mycofenolzuur aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd moet de apotheker daarom het volgende doen:

  • Ga na of de patiënt de informatie met betrekking tot de risico’s en het ZPP heeft ontvangen en begrepen.
  • Vertel de patiënt over de risico’s van het gebruik van het geneesmiddel tijdens de zwangerschap.
  • Vertel de patiënt over de noodzaak van ten minste één effectieve anticonceptiemethode.

Uitzonderingen ZPP

Binnen het ZPP voor valproïnezuur en mycofenolzuur gelden twee uitzonderingen:

  • Zwangere vrouwen met epilepsie mogen valproïnezuur alleen gebruiken tijdens de zwangerschap wanneer er geen geschikte alternatieve behandeling is.
  • Zwangere vrouwen mogen alleen mycofenolzuur gebruiken als er geen geschikte alternatieve behandeling mogelijk is om orgaanafstoting te voorkomen.

Medicatiebewakingsadviezen in G-Standaard

Per 1 januari 2019 worden valproïnezuur en mycofenolzuur via het Bijzonder kenmerk ‘Let op zwangerschapspreventieprogramma’ bewaakt in de G-Standaard. Hierin staan de voorwaarden van het ZPP beschreven. Ook zijn de medicatiebewakingsadviezen voor Kinderwens (vrouw) en Zwangerschap in de G-Standaard aangepast.

In de Gids voor artsen, apothekers en andere zorgverleners staan meer details over de voorwaarden van het ZPP bij valproïnezuur.

Meer informatie over ZPP Lees het bericht op CBG