Minister Bruins over magistrale bereiding: meer helderheid en minder belemmeringen

18 juni 2018

VWS-minister Bruno Bruins wil meer helderheid en minder belemmeringen rondom de magistrale bereiding. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer, waarin de minister voor Medische Zorg een pakket aan maatregelen aankondigt om de uitgaven voor genees- en hulpmiddelen te beheersen.

Bruins schrijft dat een apotheekbereiding een alternatief kan zijn voor geregistreerde geneesmiddelen, bijvoorbeeld als er sprake is van een excessief hoge prijsstelling. 'Een verantwoorde inzet van apotheekbereidingen komt de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de zorg ten goede.'

De minister stelt dat er misbruik van de (wees)geneesmiddelenwetgeving wordt gemaakt om een al bekende werkzame stof, die al lange tijd bij een bepaalde ziekte wordt toegepast, te registreren. Hij wil dat er voldoende duidelijkheid is wanneer apotheekbereidingen een goed en veilig alternatief kunnen zijn, dat binnen de regels van de geneesmiddelenwet past. 

Vrijstelling

Bruins wil de apothekersvrijstelling die onderdeel uitmaakt van de Rijksoctrooiwet 1995 in het najaar in werking laten treden. Deze vrijstelling is bedoeld voor de bereiding van geneesmiddelen voor direct gebruik ten behoeve van individuele patiënten en op medisch voorschrift in apotheken. 'Wij willen de inwerkingtreding van deze bepaling nu alsnog bewerkstelligen omdat wij het uit het oogpunt van rechtszekerheid van belang achten dat de positie van de magistraal bereidende apotheker duidelijk is. Hiermee komt de Rijksoctrooiwet 1995 ook in lijn met de octrooiwetgeving in andere Europese landen', schrijft Bruins.  

Voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP in een reactie: ‘We pleiten er in het belang van de patiënt al langer voor dat er een landelijk dekkend netwerk van minimaal 350 bereidende apotheken. Zodat iedere Nederlander toegang heeft tot geneesmiddelen die zijn bereid door de apotheek. Randvoorwaarde is een voorspelbaar investeringsklimaat. Helderheid over wet- en regelgeving helpt daarbij.’ 

Bezuinigingen

Bruins wil, conform het regeerakkoord, oplopende besparingen realiseren. Voor 2019 boekt hij een bedrag van 61 miljoen in, met effecten voor de intra- en extramurale genees- en hulpmiddelen. De bezuinigingen lopen op tot 467 miljoen in 2022. Een aanpassing van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) en een modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) moeten het meeste effect sorteren. In de WGP wil VWS Duitsland als referentieland laten vervallen. Bruins komt terug op het voornemen om nu het GVS volledig of deels te herberekenen. Uit onderzoek, onder meer in opdracht van de KNMP gedaan, kwam naar voren dat dit soms tot enorme bijbetalingen voor de patiënt leidt. 

Klein Nulent: ‘We begrijpen dat de minister naar wegen zoekt om de kosten voor geneesmiddelen laag te houden. Maar we mogen daar niet in doorschieten. De prijzen zijn in Nederland al enorm laag. Dit leidt, zo weten we al een tijd, tot beschikbaarheidsproblemen. Nederland is voor fabrikanten geen aantrekkelijk afzetgebied. Het oplossen van de geneesmiddelentekorten voor de patiënt leveren de Nederlandse apothekers dagelijks handenvol werk op. Dit moet nu echt stoppen.’ 

Bruins erkent dat door het pakket van maatregelen bijbetalingen niet zijn uit te sluiten. Hij wil deze maximeren tot 250 euro per patiënt per jaar. Klein Nulent: ‘Dit vraagt om een goede afstemming tussen overheid, zorgverzekeraar en apothekers. Het moet voor de patiënt helder zijn waarom dit nodig is.’ 

Meer informatie 

Lees de brief van minister Bruins aan de Tweede Kamer Lees de brief over de octrooiwet
Dit nieuwsbericht is onderdeel van nieuwscategorie: Patiëntenzorg KNMP