Zorginstituut: wisselen bloedglucosemeter zaak van hoofdbehandelaar en patiënt

4 augustus 2017

De hoofdbehandelaar beoordeelt in samenspraak met de patiënt of het wisselen van een bloedglucosemeter gewenst is. Dit stelt de Kwaliteitsraad van het Zorginstituut Nederland in een begin augustus genomen besluit. Nadat er binnen de Kwaliteitsstandaard Hulpmiddelen Diabetes geen overeenstemming was bereikt over de substitutie van bloedglucosemeters bij gewijzigd prijsbeleid van de fabrikant, kreeg het Zorginstituut de opdracht haar doorzettingsmacht te gebruiken.

De KNMP bestudeert welke praktische gevolgen de uitspraak exact heeft voor de openbare apotheek. Er zal nader overleg gevoerd worden met Zorgverzekeraars Nederland, Diabetesvereniging Nederland, FHI en NDF. WSO-bestuurder Evelyn Schuil-Vlassak: ‘In de praktijk maken de meeste apothekers goede afspraken met voorschrijvers over keuze en uitleg van bloedglucosemeters. Patiënten kunnen daardoor zonder tussenkomst van een voorschrijver een bloedglucosemeter geleverd krijgen in de apotheek, conform de samenwerkingsafspraken. Door met een vast aanbod te werken, kan er zowel doelmatig als efficiënt gewerkt worden. Daarnaast bestaat er altijd de mogelijkheid af te wijken van de gemaakte afspraken indien dit voor de patiënt beter is. Door deze uitspraak van het Zorginstituut Nederland zal het vaker nodig zijn patiënten door te sturen naar de voorschrijver, zonder dat dit een meerwaarde voor de patiënt op zal leveren. Daarnaast ligt het in de lijn der verwachting  dat er een grotere kans ontstaat dat een voorgeschreven meter niet op voorraad is. Het zal daarom belangrijk zijn om te evalueren of deze maatregel het beoogde effect zal hebben.‘

Het Zorginstituut stelt in de uitspraak: ‘Wisselen van bloedglucosemeter kan om zorginhoudelijke redenen niet gewenst zijn wanneer dit een gezondheidsrisico voor de patiënt met zich brengt. Van belang hierbij is onder meer de mate waarin de patiënt in staat is tot ‘zelfmanagement’. De hoofdbehandelaar beoordeelt in samenspraak met de patiënt wanneer dit het geval is’.

De openbaar apotheker is in de Kwaliteitsstandaard Hulpmiddelen Diabetes onderdeel van het behandelteam van de patiënt en leverancier van de hulpmiddelen. Regionaal kunnen volgens de Kwaliteitsstandaard samenwerkingsafspraken worden gemaakt met de hoofdbehandelaars over rol en taken van de openbare apothekers. De KNMP vindt het belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden die ervoor zorgen dat de patiënt de geschikte bloedglucosemeter ook daadwerkelijk kan krijgen.

Het Zorginstituut onderschrijft het belang van het voornemen van partijen om de effecten van de modules voor hulpmiddelenzorg binnen de keten zelf na 1 jaar te evalueren. Meer informatie, waaronder het verantwoordingsdocument en de module Diabetes Hulpmiddelen 1.1, zijn te vinden op deze website.

Lees het besluit van het Zorginstituut Nederland Lees de Kwaliteitsstandaard Hulpmiddelen Diabetes Lees het Consensusdocument
Dit nieuwsbericht is onderdeel van nieuwscategorie: Patiëntenzorg Praktijkvoering