In een brief aan de Tweede Kamer uit de KNMP stevige zorgen over een voorgestelde wijziging van de Geneesmiddelenwet. Die maakt het mogelijk om zonder fysieke aanwezigheid van een (assistent-)drogist voorlichting te geven bij de verkoop van Uitsluitend Apotheek of Drogist (UAD)-geneesmiddelen. De behandeling van dit wetsvoorstel staat gepland voor week 16.
Volgens de KNMP leidt het voorstel tot een onvermijdelijke afname van de medicatieveiligheid. De organisatie benadrukt dat UAD-middelen, ruim 3.000 producten risico’s kennen zoals interacties, bijwerkingen en gewenning, en dat deskundige beoordeling en persoonlijke advisering essentieel blijven. De KNMP roept daarom op om eerst aanvullend onderzoek te doen naar de risico’s en categorie-indeling van UAD-middelen, voordat een wetswijziging wordt overwogen.
Eerst duidelijkheid over de UAD-categorie
In de Memorie van Toelichting staat dat geneesmiddelen waarvoor deskundige tussenkomst noodzakelijk is, niet in de UAD-categorie thuishoren. De KNMP vindt daarom dat eerst grondig onderzoek nodig is naar de vraag welke middelen nog wel passend zijn binnen deze categorie. Pas daarna kan verantwoord naar eventuele wetswijzigingen worden gekeken. Ook moet onderzoek volgens de KNMP leiden tot heldere criteria voor welke geneesmiddelen onder welke voorwaarden verstrekt mogen worden — en door wie.
Voorbeelden van risico’s bij verkeerd gebruik
De KNMP wijst op bekende risico’s. Zo kunnen bloedverdunners in combinatie met NSAID’s (ontstekingsremmende pijnstillers die ook koorts verlagen) zoals ibuprofen of diclofenac het risico op maagbloedingen vergroten. Ook zijn middelen als diclofenac ongeschikt voor patiënten met angina pectoris of die een beroerte / herseninfarct / CVA / TIA hebben gehad. Dat geldt ook voor mensen die last hebben van ‘etalagebenen’. Verder kan de maagzuurremmer omeprazol de werking van de bloedverdunners acenocoumarol en fenprocoumon versterken. Het bloed wordt daardoor – meer dan nodig – verder ontstold. Het risico op bloedingen neemt dan toe.