De KNMP vraagt, in aanloop naar het Kamerdebat over de eerstelijnszorg op 1 april, om stevige borging van de farmaceutische patiëntenzorg in de eerste lijn. De apothekersorganisatie heeft hierover een brief gestuurd aan de Tweede Kamer, waarin zij de belangrijkste aandachtspunten meegeeft voor het debat.
De KNMP benadrukt dat apothekers, samen met huisartsen en wijkverpleegkundigen, een essentiële rol spelen in toegankelijke eerstelijnszorg. De KNMP waardeert dat de belangrijke rol van apothekers in de Kamerstukken wordt erkend en dat het ministerie van VWS inzet op versterking van farmaceutische patiëntenzorg en medicatieveiligheid. Tegelijkertijd signaleert de KNMP dat de realisatie hiervan onder druk staat door knelpunten in de bekostiging.
Noodzaak van structurele landelijke bekostiging
De KNMP onderschrijft de transitie naar meer zorgverlening in de apotheek, zoals extra aandacht voor polyfarmacie, medicatie-evaluaties en verantwoord minderen en stoppen van geneesmiddelen (‘ontpillen’); goede apotheekzorg draagt bij aan passende zorg en het ontlasten van andere delen van de zorgketen. Hoewel VWS deze beweging ondersteunt, ziet de KNMP dat apothekers nog onvoldoende structurele ruimte hebben om deze zorg op uniforme wijze te leveren en wijst erop dat alleen medicatiebeoordelingen momenteel een structurele landelijke vergoeding hebben, terwijl medicatie-evaluaties slechts via facultatieve prestaties kunnen worden vergoed. Dit leidt tot onlogische verschillen per verzekeraar waarbij patiënten onvoldoende de gewenste zorg krijgen. Ook komt hierdoor de verschuiving van terhandstellingsvergoeding naar andere zorgprestaties van apothekers onvoldoende op gang. Apothekers worden hierdoor onvoldoende in staat gesteld om de gewenste zorg uniform op grotere schaal te gaan leveren.
De KNMP vraagt minister Hermans daarom:
- om samen met betrokken partijen de beweging richting structurele bekostiging van farmaceutische zorg die losstaat van terhandstelling van geneesmiddelen in gang te zetten;
- om de NZa een aanwijzing te geven om structurele landelijke zorgprestaties voor medicatie-evaluaties en ‘ontpillen’ mogelijk te maken.